Kinderen ontwikkelen zich sprongsgewijs. Zo kan het gebeuren dat een kind op zeker moment met bepaalde dingen wat achterloopt en op anderen gebieden juist een beetje voorsprong ontwikkelt. Na een volgende ontwikkelingssprong kan een kind dan weer gelijk oplopen met wat voor de leeftijd gemiddeld wordt genoemd.
Wanneer kinderen vier jaar zijn geworden gaan ze naar de basisschool. De verschillen onderling kunnen dan al erg groot zijn. Sommige kinderen zijn nog nauwelijks zindelijk of praten zoals kinderen van twee. Andere kinderen zijn motorisch onhandig en/of hebben moeite zich in sociaal opzicht aan te passen. Er zijn ook kinderen die verder zijn in hun ontwikkeling dan hun leeftijdgenoten. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld al interesse in letters en cijfers, kunnen soms al wat lezen, hebben begrip van getallen en hoeveelheden, hebben er geen moeite mee om kleuren en vormen te benoemen en zijn al goed in staat om zich lange tijd achtereen te concentreren.
Een kind met een ontwikkelingsvoorsprong kan op latere leeftijd hoogbegaafd blijken te zijn. Hoe groter de voorsprong, hoe groter de kans dat hier sprake van is. Dergelijke kinderen zijn vaak snel van begrip, beschikken over een goed geheugen, weten door te zetten, komen met creatieve oplossingen en willen precies weten waarom de dingen zijn zoals ze zijn.
Wanneer zo’n kind zich in eigen tempo kan doorontwikkelen, kan de voorsprong op leeftijdgenoten steeds groter worden. Wanneer het kind echter geremd wordt in de ontwikkeling, wat gebeurt als het pedagogisch klimaat en het speel-, leer- en ontwikkelingsmateriaal niet zijn afgestemd op het kind, dan kan het gebeuren dat er een knik in de ontwikkelingslijn komt. Als dit daarnaast gepaard gaat met neerslachtigheid, is er alle reden tot bezorgdheid.
Van alle hoogbegaafde kinderen wordt ongeveer 12 procent als zodanig herkend tijdens de kleuterperiode. Aan het einde van de basisschooltijd loopt dit percentage op tot ongeveer 55 procent. Veel hoogbegaafde kinderen worden tijdens de basisschool dus niet als zodanig herkend en moeten daarom passend
onderwijs ontberen. Ze leren zich daarnaast niet in te spannen, waardoor ze te weinig studievaardigheden ontwikkelen. Dit kan negatieve gevolgen hebben in vervolgonderwijs.
Voor ouders is het vooral van belang dat zij de ontwikkeling van hun kind volgen. Let daarbij niet zozeer op de kalenderleeftijd, maar meer op het ontwikkelingsniveau van het kind. Speelgoed, spelletjes, boeken en activiteiten
dienen aangepast te worden aan het begripsniveau van het kind.
Wanneer je het vermoeden hebt dat je kind hoogbegaafd is, kan het goed zijn om een externe deskundige te raadplegen. Ook kan een test helderheid verschaffen.
zaterdag 20 december 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten